Wies veegt het winterzand achter de bar weg alsof het seizoen zomaar weer begint, terwijl ze weet dat ze vanaf één mei geen sleutel meer heeft. Ze zet koffie zonder verse melk, praat over stormen die niemand zich nog herinnert, en houdt de tent draaiende voor gasten die er soms niet zijn. Dan komt er elke middag een jongen aan tafel vier zitten, doorweekt, zwijgend, met een schetsboek open op zijn knieën — de zoon van de man die haar strandtent heeft gekocht. Hij tekent een terras dat nooit gebouwd is, een pomp die er nooit stond, een zomer die misschien nooit meer komt. Terwijl haar dochter en haar hulp allebei iets van haar vragen wat ze niet meer kan geven, blijft Wies doorpraten tegen een tafel die scheef staat sinds negentig — over alles behalve wat ze zou moeten zeggen. Wat geeft ze door, en aan wie, voor de luiken voorgoed dichtgaan?Dit boek is door AI gegenereerd.
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon Marketplace.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: